Wet Werken naar Vermogen is een utopie

Met de nieuwe Wet Werken naar Vermogen wil het kabinet Rutte vele xe2x80x98kansarmenxe2x80x99 aan de slag helpen. Onze verzorgingsstaat is immers onbetaalbaar door al die uitkeringstrekkers die wel aan het werk kunnen maar niet willen. Waarom klopt dit idee niet?

 Elke Nederlander heeft recht op betaalde arbeid, als hij werken wil. Dat is zo in onze grondwet geregeld: de Nederlandse overheid heeft de 'Bevordering van voldoende werkgelegenheidxe2x80x99 tot zorg. De overheid heeft zich in het verleden zorgvuldig van deze taak gekweten. Met name de ontwikkeling van de armenzorg uit de jaren dertig naar de sociale werkvoorzieningen eind vorige eeuw is hiervan het voorbeeld bij uitstek. Bij de sociale werkvoorziening kunnen allerlei mensen aan het werk, die geen baan kunnen vinden bij xe2x80x98gewonexe2x80x99 organisaties. Het zijn mensen die wel kunnen werken. Ze leveren echter door een arbeidshandicap niet die prestaties, die de meeste organisaties vereisen.

      In de jaren zestig konden mensen met een lichamelijk handicap niet aan de slag, totdat de sociale werkvoorziening haar deuren voor deze groep opende. In de jaren tachtig konden mensen met een psychische handicap niet aan de slag, totdat de sociale werkvoorziening haar deuren voor deze groep opende. In de jaren negentig konden ex-gedetineerden en afgekickten niet aan de slag, totdat de sociale werkvoorziening haar deuren voor deze groep opende. Het was niet zo dat de sociale werkvoorziening haar deuren bereidwillig opende. Zij werd hiertoe gedwongen door de overheid, ingegeven door de politieke winden van dat moment. De sociale werkvoorzieningen ontwikkelde zich tot een gevarieerde organisatie, waarin allerlei mensen xe2x80x98die moesten werken voor hun geldxe2x80x99 een baan konden krijgen. Totdat het kabinet Rutte besloot dat het succes van de sociale werkvoorziening een groot probleem is. Er werken bijna honderdduizend mensen, en dat kost de overheid teveel geld. En aangezien de sociale werkvoorziening bewijst dat deze mensen kunnen werken voor hun geld, staat er niets in de weg deze mensen de normale arbeidsmarkt op te sturen. We besparen ons dan een hoop belastinggeld. Het drastisch inperken van de mogelijkheden een baan bij de sociale werkvoorziening te krijgen, getuigt van een andere politieke wind. Een wind die zegt dat iedereen voldoende kansen heeft. Een wind die zegt dat als je geld van de overheid ontvangt, je hier iets voor moet doen. Een wind die zegt dat de meeste werkelozen niet werken willen. Het is een wind die uit Liberaal Utopia waait.

      Dat echter het recht op arbeid niets meer is dan een neo-liberaal windei, is wel duidelijk. Ik moet de eerste werkzoekende nog tegenkomen, die met de grondwet in zijn hand, een baan opeist. xe2x80x98Werkgever, u moet mij die baan geven, omdat dat mijn grondrecht isxe2x80x99.  Iedereen snapt dat de wereld zo niet in elkaar zit. En ik moet ook nog de eerste persoon tegen komen, die een proces tegen de staat aanspant, omdat hij geen baan kan vinden. Juist door het ideaal van de vrije markt, gaan er steeds meer mensen buiten de boot vallen. Deze mensen vallen binnenkort niet langer in de boot van de sociale werkvoorziening, zij zullen in de bakken van de sociale dienst gaan belanden. Het betekent een enkeltje bijstand.

      Wat mij echter de meeste zorgen baart, is wat deze neo-liberale wind ons zegt over de xe2x80x98geestxe2x80x99 die onze samenleving draagt. In Liberaal Utopia vergeten wij wat het is om anderen te begrijpen en rekening met anderen te houden. Omdat in een wereld, waarin de vrije markt overheerst, menselijke relaties verschralen, grote groepen mensen buiten de boot vallen, onze aarde uitput, geloof ik niet in Liberaal Utopia. Ik herken in de Wet Werken naar Vermogen de neo-liberale wind. Daar kan weinig goeds uit voortkomen. Deze wet zal het recht op arbeid echt niet rechtvaardiger verdelen. De vrije markt was hiertoe niet in staat, is hiertoe niet in staat en zal hiertoe ook in de toekomst niet in staat zijn. Zolang de winden uit Liberaal Utopia blijven waaien, pleit ik ervoor de sociale werkvoorziening in haar huidige vorm te behouden. Zij is noodzakelijk voor rechtvaardig werken naar vermogen.

 In mijn artikelen Over de spagaat van de sociale werkvoorziening en Historische kenschets Sociale werkvoorziening staan verdiepende achtergronden.

Tevens via Publicatieoverzicht Creathos

Besturen op afstand: niet doen!

Het klinkt zo gemakkelijk. Nadat het contract is getekend, hoeft de gemeente alleen nog maar op hoofdlijnen te sturen en de opdrachtnemer voert het beleid uit. Vaak genoemde voordelen zijn dat het leidt tot betere kwaliteit, kostenbesparingen, minder betutteling van de burger. Wie wil deze voordelen in tijden van bezuinigingen nu niet op zijn conto schrijven? Daarnaast is besturen op afstand voor de meeste gemeentes een aantrekkelijk alternatief. Er komen vanuit het rijk steeds meer werkzaamheden op de gemeentes af. Besturen op afstand is dxc3xa9 methode om deze extra werkzaamheden uit te kunnen voeren zonder een verdere groei van het ambtenaren apparaat.

Dat de dagelijkse praktijk echter veel weerbarstiger is, blijkt uit onderzoek. Wat zijn de negatieve ervaringen met het besturen op afstand:

  • Bezuinigingen worden niet gerealiseerd omdat de opdrachtnemer zijn budgetten overschrijdt, zeker omdat er vaak sprake is van gedwongen winkelnering
  • Opdrachtgever (gemeente) of opdrachtnemer (uitvoeringsinstantie) komen hun afspraken niet na, vaak omdat er onderweg wat onverwachts gebeurt waarmee geen rekening is gehouden
  • De gemeente/opdrachtgever is onvoldoende in staat om beleidskaders te vertalen naar werkbare prestatieafspraken
  • Pas gedurende de uitvoering van het contract blijkt dat de verwachte dienstverlening zich niet in contractafspraken laat vangen met klachten van de burger tot gevolg
  • Door de afstand tussen de opdrachtgever en de autonome opdrachtnemer leidt bijna elke aanpassing in de afspraken tot een budgetverhoging; de opdrachtnemer biedt ook meer xe2x80x98weerstandxe2x80x99 en minder loyaliteit dan het eigen ambtenarenapparaat
  • Door de autonomie van de opdrachtnemer kan de gemeente nauwelijks nog (politieke) invloed uitoefenen op de uitvoeringspraktijk van de opdrachtnemer. Contracten voorzien vaak niet in ruimte voor politieke bexc3xafnvloeding.
  • De burger is voor de opdrachtnemer veranderd in een klant zonder zeggenschap.

Wellicht dat dat laatste nadeel ook meteen het grootste voordeel is van besturen op afstand. De waan van de dag krijgt geen kans om te regeren. De uitvoering staat daarvoor teveel op afstand. De vraag is dan ook of dit voordeel opweegt tegen alle nadelen van besturen op afstand? Ik kan daar duidelijk in zijn. Het besturen op afstand, hoe zorgvuldig ook voorbereid en uitgevoerd, blijft altijd gebaseerd op een ideologie die niet in het publieke domein thuishoort, namelijk die van de vrije markt. De genoemde voordelen van betere producten, betere dienstverlening naar de burger-als-consument, goedkoper en minder bureaucratisch sluiten aan bij de utopie van de vrije markt. De wijze echter waarop er geen sprake is van concurrentie, maar van gedwongen winkelnering, maakt al duidelijk dat deze xe2x80x98vrijexe2x80x99 markt een illusie is. In het publieke domein heeft niet de opdrachtnemer het voor het zeggen maar de publieke opinie. En dat is een goede zaak!

Wat nog meer opvalt in de tendens tot besturen op afstand is de mantra xe2x80x98zelfredzaamheidxe2x80x99 van de burger. Pas als we de burger laten participeren, is de burger 'zelfredzaam'. Eigenlijk is dat vreemd. Denk hier maar eens overna: waarom spreken we altijd van burgerparticipatie en niet van overheidsparticipatie? Waar het om gaat is dat de uitdrukking 'zelfredzaamheid van de burger' met zichzelf in tegenspraak is. Immers, geen xc3xa9xc3xa9n burger is zelfredzaam; een burger kan niet bestaan zonder mede-burgers. Dat is niet alleen opgesloten in het begrip, het is tevens opgesloten in onze menselijke beschaving.

Toch ben ik het eens met de noodzaak voor een terugtredende overheid. Als er serieus gekeken wordt welke dienstverlening xc3xbcberhaupt niet uitgevoerd dient te worden door de overheid, dan zijn al die opdrachten op afstand ook niet nodig. Besturen op afstand: niet doen! Want het is vreemd dat de overheid alleen zichzelf in staat acht tot een rechtvaardige verdeling van onze rijkdom en behoud van onze beschaving. De Griekse filosoof Aristoteles erkende al dat rechtvaardigheid niet een eigenschap van een systeem is, maar de deugd van mensen. Wat xe2x80x98de overheidxe2x80x99 het beste kan loslaten, is het streven xe2x80x98menselijkxe2x80x99 te zijn. Het is en blijft een institutie. Waar de overheid wel naar kan streven is al haar doen en laten te baseren op de erkenning dat het aan de mensen zelf is aan eenieder te geven wat hem toekomt. Daarin ligt de ware aard van een rechtvaardige samenleving.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen: onverantwoord?

Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) introduceert in het bedrijfsleven een morele houding ten opzichte van mens en milieu. Volgens critici is deze morele houding ongewenst, omdat het ziekmakend is voor het bedrijf. Klopt deze kritiek?

In Just Business stelt Sternberg dat het stakeholder concept onverantwoord is. Hiermee bedoelt zij dat elk bedrijf dat dit concept toepast, zijn belangrijkste doel mist. Wat is dan het belangrijkste doel van een bedrijf? Volgens Sternberg is dit het realiseren van lange-termijn waarde voor de eigenaar van het bedrijf. Laten we nu eens aannemen, dat dit eigenbelang inderdaad het belangrijkste doel is van het bedrijf. Dan zou je inderdaad kunnen stellen dat een bedrijf, dat de belangen van een stakeholder gelijk gewicht meegeeft, die lange-termijn waarde voor de eigenaar niet haalt. Het bedrijf moet dan concessies doen en de eigenaar gelijk stellen aan andere betrokkenen. Sternberg brengt met deze kritiek een belangrijk punt onder de aandacht. Een bedrijf is geen overheidsinstelling. Zodra een bedrijf zichzelf dwingt alle belangen van stakeholders, inclusief zijn eigen belang, gelijk te wegen, dan verdwijnt het onderscheid tussen overheid en bedrijfsleven. De overheid is gebaseerd op het principe van gelijkheid, het bedrijfsleven is gebaseerd op het principe van verscheidenheid. Het bedrijf mag en moet onderscheid maken tussen belangen van stakeholders en mag zelf bepalen hoe belangrijk hij deze belangen vindt. Wil dit dan ook zeggen dat hij helemaal geen rekening met de belangen van stakeholders hoeft te houden, iets wat Sternberg claimt?

Dit gaat nu ook weer te ver. Om Sternberg zelf hierbij aan te halen: een bedrijf is een eigendom van een eigenaar. Het hebben van eigendom is geen vrijbrief voor die eigenaar. Volgens de eigendomstheorie zit er een morele beperking in het toepassen van een eigendom. Dat is de plicht anderen niet te schaden. Dat betekent dat een stakeholder het recht heeft om beperkingen aan een bedrijf op te leggen, zodra hem schade wordt berokkend. Het stakeholder concept is dan niet een onverantwoord maar juist een verantwoord concept. Pas als het stakeholder concept het principe van gelijkheid aan het bedrijfsleven opdringt, is het onverantwoord.

Maar nu het doel van elk bedrijf. Klopt het inderdaad dat het doel van elk bedrijf de lange-termijn waarde van de eigenaar is? Dat roept vragen op wat het doel van dit doel is. Het doel rechtvaardigt de middelen, maar wat rechtvaardigt het doel? Het stakeholder concept maakt duidelijk, dat nu juist deze vraag beantwoord moet worden. Niet alleen de eigenaar van het bedrijf van het bedrijf rechtvaardigt het doel van het bedrijf, de samenleving speelt hierbij ook een rol. En dan verschuift de vraag van het doel. Het doel rechtvaardigt de middelen, maar wie rechtvaardigt het doel?

In The end justifies the means, but what justifies the end? op http://www.creathos.nl/nl/content/publicaties ga ik uitgebreid in op dit thema.

Over de diepgaande oppervlakkigheid van Twitter

 Een luchtig gedachtesprongetje op een regenachtige vakantiedag

 

Op een filosofienetwerk van Linkedin riep een filosoof op tot het elkaar volgen op Twitter. De commentaren die zij op dit verzoek kreeg waren divers. Van xe2x80x98nice ideaxe2x80x99 tot xe2x80x98what a rediculous way of making fake friendsxe2x80x99. Het verbaasde me gezien de teneur niet dat er op Twitter geen netwerk ontstond; de meningsverschillen vormden de discussielijn. Op een spiritualiteitnetwerk op Linkedin kwam een zelfde verzoek voorbij. Binnen een dag meldden zich allerlei mensen die elkaar op Twitter gingen volgen. Ik ben ook mee gaan doen. Sindsdien gaan verschillende berichten voorbij, die gezien hun kortheid heel kernachtig kunnen zijn. Bijvoorbeeld het volgende bericht: xe2x80x98You cannot plough a field by turning it round in your mindxe2x80x99. Precies op dat moment was ik aan het malen over het thema zelfreflectie. Het lezen van het Twitterberichtje bracht mij het inzicht, dat denken niet los staat van de werkelijkheid. Denken verbindt het zelf met anderen in die werkelijkheid. Zonder het daadwerkelijk ploegen van het veld, het contact met de dagelijkse werkelijkheid, in welke vorm dan ook, kan nadenken verworden tot een windei. Ik trok mezelf lachend omhoog uit de bodemloze put van mijn zelfreflecterende spiegelbeeld.

    Hetzelfde verzoek in een andere context heeft twee heel verschillende uitkomsten. Waar draait het verschil in deze verzoeken om? Heeft xe2x80x98de ware filosoofxe2x80x99 minachting voor het futiele, vluchtige van de Twitterwerkelijkheid? Twitter is voor de roddel en achterklap en wetenschappelijke literatuur is voor de waarheid van filosofen? Het roept ook vragen op wat er in onze huidige samenleving voor nodig is om mensen te kennen als vriend. Het zou zo kunnen zijn dat het begrip vriend door de toon die op Twitter heerst verder uitgehold wordt. De xe2x80x98veil of ignorancexe2x80x99 die over Twitter en andere sociale media ligt, kan verschillende kanten op gexc3xafnterpreteerd worden. Inderdaad, Twitter is een makkelijk medium, waarin vergeten kan worden dat de mensen aan de andere kant van het netwerk meer zijn dan het toetsenbord, waarmee ze hun woorden produceren. Hier staat tegenover dat  die mensen ook meer zijn dan onnozele, oppervlakkig vermaak zoekende mensen. Twitter en andere sociale media bieden ruimte voor uiteenlopende opvattingen van vriendschap. Ik zie Twitter vooral als een medium dat verrassend verbindt, zowel oppervlakkig, als met humor en kernachtige diepgang.

ZZP’er: een ongelijke positie?

Het aantal ZZPxe2x80x99ers in Nederland neemt gestaag toe. Er is veel onduidelijkheid omtrent de positie van de ZZPxe2x80x99er, de Zelfstandige zonder personeel. Dit komt omdat niet duidelijk is wat zelfstandig betekent: is dit een zelfstandige werknemer, een zelfstandige ondernemer? Deze onduidelijkheid leidt ertoe dat de ZZPxe2x80x99ers buiten de boot van de Nederlandse verzorgingstaat vallen. Wat de ZZPxe2x80x99er eigenlijk duidelijk maakt, is dat onze verzorgingsstaat in rap tempo aan het afbrokkelen is. Zowel werknemers, werkgevers als de overheid dragen hieraan bij. Een gunstige ontwikkeling?

ZZPxe2x80x99er: een lastig fenomeen

Op de arbeidsmarkt circuleren vele begrippen, die verduidelijken wat een persoon op de arbeidsmarkt te zoeken heeft. Het meest traditionele begrippenpaar is de werknemer en de werkgever. Omdat de werknemer van oudsher door zijn werkgever uitgebuit werd, heeft de overheid met allerlei wetgeving de werknemer tegen zijn uitbuitende werkgever beschermd. Zodra de werknemer en werkgever een arbeidscontract hebben getekend, is deze wetgeving van toepassing. Er zijn situaties mogelijk waarbij de werknemer niet in dienst is bij degene, waar hij direct voor werkt. Dit noemen we een uitzendkracht of een gedetacheerde. Zowel de uitzendkracht als de gedetacheerde zijn werknemer in traditionele zin, omdat zij altijd een (tijdelijk) arbeidscontract tekenen met het bureau waarvan zij hun salaris ontvangen. Er zijn echter ook mensen op de arbeidsmarkt werkzaam, die geen arbeidscontract tekenen. Zij zijn dan een soort werknemer zonder arbeidscontract. De freelancer is een zelfstandige werknemer, die klusjes verricht voor verschillende opdrachtgevers. De freelancer is geen werknemer, maar zelfstandig zonder arbeidscontract. Het nieuwste fenomeen op de arbeidsmarkt is de ZZPxe2x80x99er. De toevoeging zonder personeel maakt duidelijk dat de ZZPxe2x80x99er geen werkgever is. Welke van de onderstaande interpretaties maakt duidelijk wat de ZZPxe2x80x99er wel is?

xc2xb7  Vakbonden: een werknemer zonder CAO

xc2xb7  Kamer van Koophandel: een freelancer zonder bijbaan

xc2xb7  Belastingdienst: een ondernemer

xc2xb7Uitkeringsinstantie: een potentixc3xable werkeloze zonder aanspraak op collectieve werknemersverzekeringen

xc2xb7 Verzekeraars: een bedrijf

xc2xb7  Arbeidsinspectie: een werknemer zonder gezagsverhouding tot zijn werkgever

xc2xb7   Gemeente: een potentixc3xable bijstandsgerechtigde

xc2xb7  Centraal Bureau voor de Statistiek: een zelfstandig werkzame deelnemer van de beroepsbevolking

xc2xb7 Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: een zelfstandige die hetzelfde werk uitvoert dat in loondienst gedaan kan worden

xc2xb7 Opdrachtgever: een toeleverancier

xc2xb7 Opdrachtnemer: een klant

xc2xb7 Landelijke Tuinbouw Organisatie: aannemer van werk

xc2xb7 Fiscale en juridische wetgeving: niets en niemand

xc2xb7 Centrum Indicatiestelling Zorg: een ZorgZwaartePakket ?!?!?!?

Volgens bovenstaande interpretaties staat de afkorting ZZPxe2x80x99er voor: zelfstandige werknemer zonder arbeidscontract xc3xa9n betaald door opdrachtgevers xc3xa9n zonder aanspraakmogelijkheden op collectieve zekerheid xc3xa9n in het bezit van een bedrijf xc3xa9n zonder personeel. Een stuk duidelijker, toch? Cijfermatig is de ZZPxe2x80x99er ook een lastig te vatten fenomeen. Hij zweeft ergens tussen de 400.000 en 1 miljoen mensen. Als werknemer behoort hij tot het meest flexibele deel van de arbeidsmarkt. Dit betekent dat hij van de xc3xa9xc3xa9n op de andere dag zonder inkomen kan zitten. In de huidige economische recessie is dit een zeer rexc3xabel risico. Hij is dan niet werkeloos met recht op een uitkering, maar failliet. Als ondernemer draait de ZZPxe2x80x99er dus zelfstandig voor dit financixc3xable debakel op. Er bestaat geen werkeloosheidsverzekering voor de ZZPxe2x80x99er, want de ondernemer xe2x80x98werktxe2x80x99 niet, hij draait omzet. De ZZPxe2x80x99er kan het inkomensverlies door ziekte, arbeidsongeschiktheid of ouderdom wel verzekeren, maar de meeste ZZPxe2x80x99ers doen dit niet. Dit is op korte tormijn winstgevend voor zijn pseudowerkgever, voor hemzelf xc3xa9n voor de verzorgingsstaat. Maar is het ook een gunstige ontwikkeling op lange termijn?

Ontstaansgeschiedenis

De ZZPxe2x80x99er is niet, zoals vele mensen denken, ontstaan in de bouw. De ontstaansgeschiedenis van de ZZPxe2x80x99er gaat terug tot de middeleeuwen. In die tijd waren bijna alle werkzame mensen een zelfstandig werkende persoon zonder personeel. De werknemer is het nieuwe fenomeen dat, gezien de huidige toename van het aantal ZZPxe2x80x99ers, weer op zijn retour is. De recente populariteit van de ZZPxe2x80x99er is wel begonnen in de bouw.

  De bouw was een grote gebruiker van de potjes, die voor de ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkeloosheid waren opgebouwd. De ziektewet werd gebruikt om tijdelijke terugval in de orderportefeuille op te vangen. De WAO werd gebruikt door mensen die een bedrijfsongeval opliepen of door slijtage hun pensioen niet haalden. De WW was populair in de winter, als de bouw door vorst geen spade in de grond kon krijgen. Toen de bouwbedrijven zelf hun medewerkers moesten verzekeren voor ziekte, daalde het percentage voor de ziektewet drastisch van ongeveer 20% naar 5%. Was de bouw opeens een stuk gezonder geworden of was er wat anders aan de hand? Waar deze drastische daling op wijst is dat collectieve solidariteit behoorlijk uit de hand kan lopen en voor de samenleving als geheel een hoog prijskaartje kan hebben. Het rationele eigenbelang van de bouwbedrijven (ziektewet, WAO en WW gebruiken als buffer voor slechtere tijden) leidde tot collectieve irrationaliteit (onbetaalbare verzorgingsstaat). Er leek maar xc3xa9xc3xa9n conclusie mogelijk: de werkgever moest meer verantwoordelijk worden gemaakt voor zijn personeel. En zo gebeurde het ook. De verzorgingsstaat werd in rap tempo overgeheveld naar de werkgever. Het probleem was dat de individuele werkgevers hierdoor opgezadeld werden met dermate onvoorspelbare verzekeringspremies en personeelskosten, dat zij hun toevlucht zochten naar het oude paardje uit de arbeidsmarktstal: de ZZPxe2x80x99er. Zowel de werkgever als de werknemer waren blij met dit opgepoetste raspaardje. De werknemer kon ontsnappen aan het juk van de autoritaire gezagsverhouding; hij kon weer vrij naar eigen inzicht in de wei van de arbeidsmarkt galopperen. De werkgever kon een grote vaste kostenpost, de werknemer, flexibel maken, zodat hij ook met zwaar weer zijn stal levensvatbaar kon houden. En de verzorgingstaat was de gelukkige toeschouwer van de paardenrace, omdat hij opeens veel geld overhield.

  De populariteit van de ZZPxe2x80x99er had internationale aantrekkingskracht. Naast de Nederlandse ZZPxe2x80x99ers kwamen er eerst Ierse, en vervolgens Poolse, Bulgaarse pseudo-werknemers (al of niet illegaal) de Nederlandse arbeidsmarkt opdraven. De tarieven van de ZZPxe2x80x99er kwamen sterk onder druk te staan. Daar waar de ZZPxe2x80x99er in de begintijd zoxe2x80x99n xe2x82xac35 per uur kon vragen, is tegenwoordig xe2x82xac18 gebruikelijk. Een behoorlijke aderlating. Ook op het gebied van de zakelijke dienstverlening dalen de tarieven sterk. De Nederlandse ICT-er moet de concurrentie aan met de Indixc3xabr, die zijn werkzaamheden via cyberspace verricht. Wat de onduidelijke positie van de ZZPxe2x80x99er duidelijk maakt is dat de internationale arbeidsmarkt sterk aan het veranderen is, met enorme gevolgen voor onze nationale arbeidsmarkt xc3xa9n onze verzorgingsstaat.

Verzorgingsstaat: voor en door wie?

Met de terugkomst van de ZZPxe2x80x99er gaan we een nieuw tijdperk in. Dit tijdperk kenmerkt zich door een explosief groeiende groep van mensen die buiten de zorgplicht van de verzorgingsstaat valt. Dit is niet alleen maar slecht nieuws omdat zowel de ZZPxe2x80x99ers als de werkgevers hiervoor kiezen. De overheid sluit zich hierbij graag aan. We hebben collectief geen geld over voor het in stand houden van een verzorgingsstaat. En waarom zou je iets willen behouden wat niet langer passend is? De enige reden die ik daarvoor kan bedenken is dat de verzorgingsstaat symbool stond voor de wijze waarop mensen in dit land met elkaar wilden omgaan. De zorg voor de zwakkeren betaald door de sterkeren. Maar aangezien het net zo lastig is om de ZZPxe2x80x99er in te delen in de categorie zwak of sterk, is het ook steeds lastiger om de rekening te presenteren aan de sterke schouder-partij. Het leidt immers tot een ondraagbare last.  

Het principe van gelijkheid

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid al haar burgers gelijk behandelt. Het werknemer-werkgever onderscheid valt echter buiten dit principe. Werknemers zijn zwakker dan werkgevers en mogen daarom ongelijk worden behandeld. Alle werknemers hebben gelijke rechten op de verzorgingsstaat; alle werkgevers hebben gelijke plichten voor het betalen van de rekening. Het probleem is echter dat de werknemer geen zwakke arbeider meer is en niet alle werkgevers sterke schouders hebben. Waarom zou je de ZZPxe2x80x99er als pseudowerknemer niet gelijk als een werknemer willen behandelen? Waarom zou je een door de recessie getroffen werkgever niet gelijk als een werknemer willen behandelen? Waarom zou je de zieke Bulgaar niet gelijk als een werknemer willen behandelen? Het is tijd om de categorie werkgever-werknemer in de prullenbak te gooien en alle burgers gelijke rechten en plichten toe te kennen. Dit betekent dat alle burgers zowel een werkeloosheidsuitkering kunnen ontvangen als een werkeloosheidspremie moeten betalen. Maar wat betekent dit dan voor alle mensen die in Nederland werken maar hier geen burger zijn? En voor alle Nederlanders die in het buitenland werken? Nee, het beste is om de verzorgingstaat voor werknemers geheel af te schaffen zodat iedereen zelf kan kiezen wat hij wel en niet wil verzekeren. Het fenomeen ZZPxe2x80x99er maakt duidelijk dat dit is wat de burger wil.

  De onduidelijke positie van de ZZPxe2x80x99er staat voor mij echter symbool voor een nog groter probleem. Wat ons dwars zit is het principe van gelijkheid, dxc3xa9 peiler van onze democratie. Het maakt onze verzorgingsstaat onbetaalbaar die ten dode is opgeschreven. Feit is dat we collectief eigenlijk helemaal niet gelijk behandeld willen worden. We willen erkenning om ons verschil, om onze individualiteit. Het principe van gelijkheid is blind voor het verschil dat elk individu maakt tot wat hij is. Het principe van gelijkheid dwingt ons zelfs om mensen gelijk te behandelen, waarvan we dat eigenlijk niet zou willen doen. Het is dan ook een goede zaak dat we het principe van gelijkheid voor onze verzorgingsstaat in de prullenbak hebben gegooid. We hebben haar vervangen voor het principe van verscheidenheid. Het gevolg is dat we niet meer elke werkende persoon in Nederland op gelijk wijze hoeven te behandelen. Dit doet recht aan het tijdperk waarin we leven. De ZZPxe2x80x99er is hier tezamen met de arbeidsmigrant de stille getuigenis van.

    De echte vragen, die de ZZPxe2x80x99er voor mij duidelijk maken, zijn echter tot op heden onbeantwoord gebleven. Kunnen we onbeperkt voor persoonlijke welvaart blijven kiezen? Gooien we met het principe van gelijkheid niet juist onze  individuele menselijkheid in de prullenbak? Hoe ver moeten we gaan met het principe van gelijkheid? Dat we leven in een tijdperk waarin dit principe sterk onder druk staat, is zeker na de laatste verkiezingen wel duidelijk geworden. Voor het behoud van onze medemenselijkheid is het volgens mij noodzakelijke dat we opnieuw leren omgaan met principe van gelijkheid. En dat lijkt mij geen eenvoudige weg.

Duurzaamheid: economisch verre van vanzelfsprekend

Zelfs als we willen, is het niet mogelijk om massaal over te schakelen op elektrische autoxe2x80x99s, windenergie en energiebesparende producten als spaarlampen. Er zijn niet voldoende metalen beschikbaar om de overgang naar een duurzame economie te maken. Hoe komt het dat er niet voldoende metalen zijn?

  In windmolens en hybride autoxe2x80x99s zit het schaarse metaal neodymium. Dit metaal wordt voornamelijk gewonnen in de metaalmijnen in China. Deze mijnen staan niet bekend om hun milieuvriendelijkheid of veilige arbeidsomstandigheden. Dat is het eerste probleem. Met een toenemende vraag naar duurzame energie bevorderen wij een niet-duurzame winning van metalen. Dit probleem valt echter in het niet met de maatregelen die China vorig jaar heeft aangekondigd. China is voornemens de export van metalen als neodymium te beperken. Ze willen deze metalen voor hun eigen productieproces behouden. De gevolgen van schaarse metalen op de wereldmarkt zijn enorm: hoge prijzen voor de metalen, gebrek aan metalen en wellicht conflicten tussen landen. Zelfs als we massaal willen overgaan op groene energie, dan nog is dit op korte termijn niet mogelijk. We hebben niet de beschikking over voldoende metalen. Staat ons na de oliecrisis een vergelijkbare metaalcrisis te wachten?

  Voor groene energie zijn onze keuzes beperkt; metalen als neodymium zijn noodzakelijk. Stijgende prijzen van metalen maken investeringen in een groene energie steeds duurder. Toch is een metaalcrisis af te wenden. We kunnen op zoek gaan naar alternatieve metalen. Het is de vraag hoe snel dergelijke alternatieven beschikbaar zullen zijn. Het grootste voordeel van metaal ten opzichte van fossiele brandstoffen is dat ze tijdens gebruik niet opraken. Een veelbelovend alternatief is dan ook het recyclen van schaarse metalen. Ze kunnen uit weggegooide producten worden gehaald om opnieuw te worden hergebruikt. Dit gebeurt echter op veel te kleine schaal. Welk economisch principe staat duurzaamheid in de weg?

  Het belangrijkste economische principe dat in strijd is met duurzaamheid is winstmaximalisatie. Elk rationeel bedrijf streeft winstmaximalisatie na. Hij kan dit doen door opbrengsten te verhogen of kosten te verlagen. Een bedrijf kan zijn kosten verlagen door deze af te wentelen op de toekomst, ons milieu of op de samenleving. In een duurzame economie zijn we ons ervan bewust dat winstmaximalisatie onze welvaart garandeert xc3xa9n accepteren we een zekere mate van afwenteling. De vraag is hoever we hierin willen gaan. Ik concludeer dan ook dat een duurzame economie verre van vanzelfsprekend is. Afwenteling heeft een prijskaart; voorkomen van afwenteling heeft een prijskaart. De vraag is bij wie we deze rekening neerleggen.

Zie 'Duurzame energie; ja graag uit mijn achtertuin' op http://www.creathos.nl/nl/content/publicaties voor een opiniestuk dat ik samen met Irma van 't Hek heb gepubliceerd in Binnenlands Bestuur

Is een referendum populistisch?

Geheel tot de verbazing van Femke Halsema hebben de leden van GroenLinks het referendum uit het verkiezingsprogramma gehaald. De associatie met het populisme heeft hier ongetwijfeld aan bijgedragen. Klopt het eigenlijk wel dat een referendum populistisch is? Ik zal daar duidelijk over zijn. Ondanks dat een referendum aansluit bij populistische retoriek, is een referendum niet populistisch van aard. Wat is een referendum dan wel en waar komt die associatie met het populisme vandaan?

      Een referendum is een volksraadpleging waarbij de meerderheid beslist. Het referendum draagt volgens haar pleitbezorgers bij aan een betere besluitvorming. Een beslissing waar de meerderheid achterstaat is volgens deze gedachte de beste beslissing. Dat dit niet altijd opgaat, maakt het volgende voorbeeld duidelijk: xe2x80x98Zodra de beslissing om vrouwen als heks op de brandstapel te verbranden, door de meerderheid is genomen, dan is dit een democratische beslissingxe2x80x99. Dat de uitkomst van een referendum daarnaast de minderheid in de kou laat staan, toont de zwakte van een referendum aan. Een referendum doet geen recht aan het minderheidsstandpunt. Gelukkig krijgt de stem van de minderheid in onze representatieve democratie voldoende gewicht. Zowel de kwaliteit van het meerderheidsbesluit als het ontbrekende minderheidsstandpunt pleiten tegen het referendum. Dit roept meteen de vraag op of we zoveel beter af zijn met onze representatieve democratie. De voorstanders van het referendum wijzen erop dat burgers zich in onze huidige democratie niet vertegenwoordigd voelen. Er is dus wat aan de hand. Gelukkig biedt het referendum uitkomst: iedere burger kan eindelijk zijn mening over een bepaald voorstel naar voren brengen. Het referendum dicht de veelbesproken kloof tussen burger en politiek. Maar waarom is dan de opkomst bij referenda over bijvoorbeeld burgemeesters of de Europese grondwet zo laag? In het beantwoorden van deze vraag komt de associatie met het populisme naar voren.

      Volgens de populist is het zinloos de kloof tussen politiek en het volk te overbruggen, zolang er een elite aan de macht is. De politieke elite sluit stelselmatig het volk buiten en behartigt alleen haar eigen belangen. Burgers weten dit en blijven thuis in plaats van te gaan stemmen. Zodra de populist aan de macht is, zal hij ervoor zorgen dat het volk middels referenda de politieke agenda gaat bepalen en niet de elite. Deze belofte maakt van de populist de ware democraat, hij zal de macht weer terug geven aan het volk. Door de wijze waarop de populist het referendum inzet, krijgt het onterecht een populistische lading. Wat de populist eigenlijk insinueert, is dat de macht in onze representatieve democratie niet bij het volk ligt maar bij een afstandelijke elite. Klopt deze insinuatie? Het gevoel, dat de overheid te ver op afstand staat, verdwijnt niet met het invoeren van een referendum. Een democratie is niet denkbaar zonder instituties als ministeries, gemeenten, politiekorpsen, rechtbanken, scholen, douane, ziekenhuizen. Zonder deze instituties zouden politici hun beloftes niet waar kunnen maken; er zou niemand zijn om ze uit te voeren. Instituties leveren de diensten waar de burger behoefte aan heeft. Ze staan als het ware tussen het volk en de politici in. De instituties, die het gevoel van afstand oproepen, maken onze democratie mogelijk. Een referendum kan de afstand tussen burgers en politiek niet verkleinen. De insinuatie, dat de macht bij een afstandelijke elite ligt, klopt dus niet. De gevoelde afstand is inherent aan het karakter van de democratie.

      Waar de populist handig gebruik van maakt, is de onvermijdelijke kloof die tussen politiek en burger bestaat. De populist doet voorkomen dat deze kloof te dichten is. De populist belooft het volk dat hij zijn beloftes na de verkiezingen wel waar zal gaan maken. Wellicht dat de populist daarom zo weinig belooft maar alleen problemen signaleert. Immers, ook de populist weet dat hij zijn beloftes niet waar zal kunnen maken. Daarnaast onderscheidt zich de populist van andere politici in wat hij nastreeft. Elke politieke partij in Nederland heeft zijn politieke xe2x80x98kleurxe2x80x99, waar mensen zich mee kunnen verbinden. Eenmaal aan de macht moeten verschillende partijen met elkaar gaan samenwerken, waardoor de kleuren zich met elkaar gaan vermengen. Paars was destijds de uitkomst van verschillende politieke idealen. Met andere woorden: het ideaalbeeld over de toekomst, dat politici nastreven, zal in het heden nooit te realiseren zijn. De populist baseert zich daarentegen niet op een ideaalbeeld van de toekomst, hij laat zich leiden door een ideaalbeeld van het verleden. Het volk, wiens stem de populist zegt te vertolken, heeft zich in dit ideale verleden thuis gevoeld. In de retoriek, waarvan de populist gebruik maakt, roept hij het beeld op van weleer. Voordat ons land overspoeld werd door immigranten, Europese wetgeving, globaliserende multinationals, euroxe2x80x99s of hebzuchtige bankiers ging het nog een stuk beter met Nederland. Naar die tijd moeten we terugkeren. Dat is tenminste wat de populist ons doet geloven. De populist laat echter ongezegd dat er in het verleden ook sprake was van een kloof tussen burger en politiek. Zonder deze kloof zou de democratie niet kunnen bestaan. Elke politieke partij, die oproept de kloof tussen burger en politiek te dichten met een referendum, hanteert een populistische retoriek. De kloof is niet te dichten met referenda of andere vormen van directe democratie, maar met beter functionerende instituties die gedane beloften zo goed als mogelijk waarmaken.

      Er is nog meer aan de hand dan de onterechte populistische associatie van het referendum. Ik heb nog een laatste bezwaar tegen het referendum. Dit bezwaar staat los van populistische retoriek. Referenda zijn gebaseerd op de aanname dat elke burger in moet stemmen met politieke besluitvorming. Elke burger is een zelfstandig persoon, die in vrijheid zijn eigen idealen nastreeft en zijn eigen behoeften vervult. Vanuit welbegrepen eigenbelang zoeken de burgers elkaar op en vormen een politieke gemeenschap. In deze gemeenschap maken zij bindende afspraken over de wijze waarop zij hun gezamenlijke belang vormgeven. In een representatieve democratie leggen zij de uitvoering van het gezamenlijke belang in handen van hun gekozen vertegenwoordigers. Voorop blijft staan dat elke burger hiermee instemt. Een referendum voorziet hierin, verkiezingen ook. Wat is hier mis mee? In deze opvatting zijn tussenmenselijke relaties niets meer dan contractuele relaties. Het referendum bevestigt de koude, contractuele aard van de relatie. Omdat de verhouding tussen politici en burgers meer is dan een contractuele relatie, is er meer nodig dan instemming om de relatie waardevol te houden. Wat mensen met elkaar delen is niet een contract maar een menselijke wereld. We kunnen recht doen aan deze menselijke wereld door onze tijd niet te verspillen met instrumenten als referenda. Laten we ons bezighouden met datgene wat er echt toe doet: behoud van de kloof die democratie mogelijk maakt. En erkenning van het populistische speelveld in die kloof.

Zie ‘Het einde van ethiek volgens Arendt’ op http://www.creathos.nl/nl/content/publicaties voor het belang de publieke (politieke) wereld die tussen mensen ligt.

Wereldwaterdag: vloeibaar eigendom

Het is vandaag, 22 maart , Wereldwaterdag. Vloeibaar Eigendom verwijst naar de vraag of water in eigendom genomen kan worden. Ik kom tot de conclusie dat dit zowel mogelijk als onmogelijk is. Deze paradoxale situatie roept vragen op hoe realistisch de millennium doelstelling is dat in 2015 meer mensen toegang hebben tot schoon drinkwater.

Water is xc3xa9xc3xa9n van de belangrijkste eerste levensbehoeften van al wat leeft. Mensen kunnen niet lang overleven zonder water. Niemand ontkent het recht dat iedereen op water heeft. Toch zijn er vele mensen die niet kunnen beschikken over schoon drinkwater. Het nu en in de toekomst zeker stellen van voldoende drinkwater voor alle mensen op deze aardbol is zo belangrijk, dat de Verenigde Naties dit vertaald heeft in xc3xa9xc3xa9n van hun millenniumdoelstellingen. Volgens de VN had in 2000 ongeveer de helft van de wereldbevolking te maken met waterschaarste. In 2015 moet xe2x80x98de duurzame toegang tot schoon drinkwaterxe2x80x99 dan ook verbeterd zijn. Het betreft niet zozeer toegang tot water maar toegang tot schoon drinkwater. Mensen hebben wel water te drinken, maar de slechte waterkwaliteit bedreigt hun gezondheid. Het probleem van schoon drinkwater lijkt dan op te lossen door het beschikbaar stellen van technische voorzieningen om water te zuiveren. De vraag is echter of er wel voldoende water beschikbaar is. Zodra er in een gebied teveel inwoners zijn voor het beschikbare water, roept dit de vraag op van wie het water eigenlijk is. Is dit vloeibare eigendom van iemand, van niemand of van iedereen?

Natuur

Iedereen gebruikt water, vervuilt water, geniet van water. Maar wie reguleert de toegang tot en verdeling van het water, zoals de millenniumdoelstelling van de UN vereist? In een tijdperk waarin overheden dereguleren en vele vraagstukken grensoverschrijdend zijn, klopt het publiek steeds vaker aan bij de deur van bedrijven. Water is een van de belangrijkste natuurlijke hulpbronnen en daarmee een relevant aspect van de milieuverantwoordelijkheid van bedrijven. De exploitatie van natuurlijke hulpbronnen is een belangrijke bron van onze welvaart en vervuiling van het milieu is een manier voor bedrijven om kosten te reduceren. In het discours over milieuproblematiek en de aangenomen verantwoordelijkheid van bedrijven ervoor, ligt een bepaalde opvatting van de begrippen milieu en natuur ten grondslag. Deze wordt veelal niet expliciet gemaakt. Het is zeer lastig om als bedrijf verantwoordelijkheid te nemen voor het milieu, als niet duidelijk is wat onder milieu verstaan wordt. Milieu als xe2x80x98de fysieke, niet-levende en levende, omgeving van de mens waarmee deze in een wederkerige relatie staatxe2x80x99 maakt het mogelijk oplossingen te vinden, die ervoor zorgen dat het milieu duurzaam in onze menselijke behoeften kan voorzien. De natuur is maakbaar, bexc3xafnvloedbaar, en naar inzicht van de mens veranderbaar. Kwantificeren van kwaliteitsvermindering van het milieu is essentieel voor het kunnen oplossen van milieuproblemen. De emotionele constatering xe2x80x98Wat ergxe2x80x99 bij een milieucrisis helpt niet in het aanpakken van de problemen, cijfermatige onderbouwing wel. Wat wordt met deze opvatting van natuur genegeerd?

      Het is wel degelijk xe2x80x98ergxe2x80x99 dat de enge opvatting van natuur als vanzelfsprekend gebruikt wordt. In deze opvatting is geen ruimte voor een mogelijke intrinsieke waarde van de matuur, die xe2x80x98morele behartiging verdientxe2x80x99. De morele vraag, welke consequenties ons handelen heeft, verdwijnt in de objectieve en beheersbare natuur volledig. Voor het beantwoorden van de vraag, welke morele verantwoordelijkheid bedrijven voor milieuproblemen hebben, is het toelaten van een intrinsieke waarde van natuur essentieel. Natuur is dan niet langer de voorraadschuur van materiaal, maar heeft een waarde vanuit zichzelf. De mens staat niet langer buiten de natuur, maar bevindt zich er middenin. Niet de cijfers, maar de concrete levenservaringen van mensen dienen als bron van kennis, waarmee we de lastige milieuverantwoordelijkheid van mensen, bedrijven en overheden kunnen begrijpen. De natuur heeft waarde als voorraadschuur voor mensen maar heeft ook een eigenwaarde.

Eigendom

Eigendomsrechten worden gezien als oplossing van milieuproblemen xc3xa9n als oorzaak ervan. Als mensen hun eigendommen zodanig beheren, dat niet alleen zij maar ook toekomstige generaties er gebruik van kunnen maken, dan is het milieu hierbij gebaat. Hier kan tegenin gebracht worden, dat de rationele en economische mens zich geen zorgen maakt om het belang van anderen. Hij heeft  de vrijheid, om zijn eigendom zonder beperkingen van overheidswege te kunnen gebruiken. Goederen als waterreservoirs, zijn beschikbaar voor iedereen en kunnen onbeperkt gebruikt worden door iedereen. Iedereen heeft immers recht op water. Deze dubbelzinnigheid over eigendomsrechten roept vragen op over wat eigendomsrechten eigenlijk zijn.

      Eigendom is een aggregaat van verschillende rechten, dat aan een eigenaar toegekend is. Een eigenaar heeft het recht om een ding te bezitten, te verhandelen, kapitaal ermee te verwerven, anderen van gebruik uit te sluiten en het te verspillen of vernietigen zoals hij zelf wenst. De enige verplichting die de eigenaar heeft, is zich onthouden van het zodanig gebruiken van het ding, dat het anderen zou schaden. Niemand kan mensen het natuurrecht op water ontkennen, maar het eigendomsrecht op water kan wel degelijk ontkend worden. Hiervoor zijn afspraken nodig, die mensen onderling overeenkomen. Eigendom wordt genoemd als meest noodzakelijk voor het bestaan en behoud van een samenleving. Met eigendom kunnen mensen in hun behoeftes voorzien. Zolang water van iedereen is, kan niemand uitgesloten worden van het opmaken en vervuilen van water. Zolang water van iemand is, kan iedereen uitgesloten worden van het opmaken ervan. Waterlopen stromen echter langs het land van verschillende eigenaren, die het water gebruiken en vervuilen, als zij hiertoe de vrijheid hebben. De milieuproblemen worden veroorzaakt door het rationele gedrag van mensen, bedrijven en overheden, gericht op hun eigenbelang. Eigendomsrechten dragen bij aan de conflicten rondom schaars drinkwater. Zonder eigendomsrechten is het echter onmogelijk de natuurlijke waterbronnen rechtvaardig te verdelen. De vraag blijft altijd wie beslist over wie meer recht heeft op water dan een ander. En hiervoor is moreel besef nodig, dat in schril contrast staat met de huidige definitie van milieu. Het is nodig om de vraag te beantwoorden wie meer recht op water heeft: Het bedrijf dat biologische groenten in Egypte kweekt of de boer in Ethiopie die geen schoon drinkwater heeft. Eigendomsrechten hebben alleen geldingskracht als ze in gezamenlijkheid vastgesteld worden. Deze eigendomsrechten zijn noch vast, noch luchtig maar vloeibaar.

Schoon drinkwater voor iedereen?

Op de vraag, of water in eigendom genomen kan worden, is geen eenduidig antwoord nodig. Water als natuurlijke entiteit kent een dubbelzinnige betekenis. Water heeft een intrinksieke waarde, die ten onder dreigt te gaan in de stormvloed van behoeftes van bedrijven en mensen om schoon drinkwater. In deze stormvloed verdwijnt ons morele besef. Schoon drinkwater kan worden geproduceerd en rechtvaardig onder de mensen worden verdeeld. Hiervoor zijn eigendomsrechten nodig. Maar juist door de eigendomsrechten worden ook mensen uitgesloten van het schone drinkwater. Schoon drinkwater voor iedereen is niet mogelijk met eigendomsrechten maar eveneens onmogelijk zonder eigendomsrechten. Het vloeibare eigendom glipt te gemakkelijk tussen de vingers door.

     Vloeibaar eigendom verwijst eveneens naar de vloeibaarheid van de regels, die aan eigendom verbonden worden. Bedrijven, die een morele invulling zoeken voor hun milieuverantwoordelijkheid, doen er goed aan zich open te stellen voor de concrete ervaringen van mensen, bedrijven en overheden uit hun symbolische en fysieke waterstroomgebied. Vloeibaar eigendom verwijst dus naar het meevloeien met de tijd van het concept eigendom, zowel wat betreft haar eigenaren als hetgeen toe te eigenen is. Vloeibaar eigendom glipt uit je handen. Water is van iemand, van niemand en vooral van iedereen.

Zie http://www.creathos.nl/nl/content/publicaties Vloeibaar eigendom voor een filosofisch betoog over eigendomsrechten op water.

De filosoof en de hofnar

Aan het eind van de avond nemen twee mensen in de hotelbar nog een afzakkertje. Omdat ze toch naast elkaar zitten, raken ze in gesprek.

Filosoof: Wat heb jij gedaan vandaag?

Hofnar: Een hoop lol gehad. Ik had vandaag een wat weerbarstige groep, maar al snel had ik de sfeer er goed in zitten. Gelukkig ben ik een geboren moppentapper.

Filosoof: Hoe bedoel je dat, een weerbarstige groep?

Hofnar: Dat weet je meteen als de eerste mensen binnenkomen. Ik zie het aan de manier waarop ze elkaar begroeten, naast elkaar of juist niet gaan zitten. Hoe ze elkaar suiker en melk bij de koffie geven omdat ze precies weten hoe de ander zijn koffie drinkt. Of hoe iedereen zichzelf bedient. Deze groep was weerbarstig, omdat ze erg lang rond de koffietafel bleven hangen. Niemand ging zitten. Ik moest het eerste initiatief nemen. En natuurlijk doe ik dat zoals gebruikelijk op ludieke wijze. Het ging allemaal wat stroever vandaag.

Filosoof: Waaraan merkte je dat de sfeer omsloeg?

Hofnar: Toen een van hen zelf een mop begon te vertellen. Iedereen luisterde aandachtig en snapte de clou. Een bulderend lachsalvo volgde. En toen was het hek van de dam. Allerlei moppen vlogen over tafel. Ik was erg tevreden.

Filosoof: Hoe kan je tevreden zijn als het niveau het lachwekkende niet overstijgt?

Hofnar: Veel bedrijfsuitjes blinken niet echt uit in gezelligheid. Dat begrijp ik wel. De hele dag met elkaar werken en dan ook nog in het weekend een verplicht avondje uit. Gelukkig was er vanavond een ontspannen sfeer, het was gemoedelijk. Zeker toen een van de deelnemers verzuchtte, dat hij zich niet meer kon herinneren zoveel lol met zijn collegaxe2x80x99s gehad te hebben. Toen wist ik dat we ergens zouden uitkomen. Zeg, ik heb vandaag een leuke mop gehoord. Wil je hem horen?

Filosoof: Nee zeggen heeft zeker geen zin?

De hofnar vertelt zijn mop. De filosoof lacht tranen in zijn ogen. Nog nahikkend vervolgen ze hun gesprek.

Filosoof: Zeg hofnar, word jij niet moe van alleen maar moppen tappen?

Hofnar: Ik zie dat heel anders. Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd. En volgens mij heb jij net pas voor het eerst vandaag een beetje geleefd.

Filosoof (denkt na)

Hofnar: Dat is natuurlijk niet alles wat ik heb gedaan. Een belangrijk onderdeel van mijn hofnarren-avond is het spiegelspel. Dat doen we op de dansvloer, je weet wel met die grote spiegels. Iedereen krijgt een malle muts op met belletjes eraan. We oefenen dan voor de spiegels de narrendans. Zelfs de meest norse gezichten gaan dan twinkelen. Prachtig is dat. Daar kan ik geen genoeg van krijgen. Ik besluit de narrendans altijd met een typisch hofnar dingetje. We gaan dan in een rij staan en ik vraag iedereen zichzelf goed te bekijken. Ik stel dan altijd de vraag wie ze vanavond in de spiegel zien. Daarna feesten we nog de hele avond door.

Filosoof: En wie zie jij in de spiegel?

Hofnar: Grappig dat je me dat vraagt. Ik zie altijd jou in de spiegel. Maar dan met een malle muts op. Ik vind dat verwarrend. Iemand die me zo serieus aankijkt, ik word daar een beetje naar van. Iemand die zo ontzettend niet op me lijkt, ik kan er niets mee.

Filosoof: Heb je je nooit afgevraagd waarom ik in de spiegel verschijn?

Hofnar: Tot vandaag wist ik niet dat jij het was. Pas toen ik je hier in de bar zag zitten herkende ik je. Maar nu ik wat langer met je praat, ga ik twijfelen of jij het wel echt bent.

Filosoof: Wat is dan het verschil?

Hofnar: Jij bent echt, ik heb er altijd aan getwijfeld of je echt was. Ik geloofde er nooit zo in dat de hofnar in zijn spiegel de waarheid reflecteert. Ik verwees dat naar het land der sprookjes. Maar nu ik jou in levende lijve ontmoet heb, wil ik je toch een vraag stellen. Zeg filosoof, word jij niet moe van al dat rationele en serieuze gepraat?

Filosoof: Ik zie dat heel anders. Een leven dat niet kritisch naar zichzelf kijkt, is het niet waard om geleefd te worden. Volgens mij ben jij er al je hele leven mee bezig.

Hofnar (denkt na)

Plotseling verschijnt er een voorzichtige glimlach op het gezicht van de hofnar. Hij pakt een handspiegeltje uit zijn binnenzak en geeft het aan de filosoof. De filosoof kijkt eerst naar zijn spiegelbeeld, dan naar de hofnar en daarna weer vol verbazing naar zichzelf. Dan verzacht zijn serieuze blik tot een voorzichtige glimlach.

Met Mariko Peters op Groenebanen Tour

  "NEDERLAND BEHOEFT INHAALSLAG VOOR DUURZAME ENERGIE."

Zaterdag 13 februari reed Mariko Peters, lid 2e kamer van GroenLinks, mee met de Groene Banentoer. Onder de leuze Groen Werkt trok een bus vol leden en sympathisanten van GroenLinks langs een vijftal locaties in onze regio waar groene banen te vinden zijn.

De start van de Groene Banentoer was bij vrijwilligersproject Tuin van Kapitein Groenetour_tuin_rommel_groepRommel, een groene oase tegenover het station in Castricum. De Groenlinkers kregen te horen dat de Tuin een grote rol speelt voor een sociale samenhang van een groot aantal Castricummers en hun verenigingen.

In Groenetour_is_klerenhangerAlkmaar bezocht de toer twee bedrijven op de Beverkoog, die werken aan duurzame energie. Bij Innomet Specials werd een uitleg gegeven over de werking van warmtepompen. Er volgde een demonstratie hoe de buizen in de juiste vorm worden gebogen.  Bij het nabijgelegen Scientific Drilling verdiepte men zich in de techniek van warmte en zelfs stoom ophalen uit de diepe ondergrond, tot wel 6 kilometer diep! Groentour_sd_has_3Nederland heeft kansen genoeg om aardwarmte te benutten, dit gebeurt echter nauwelijks. Mariko reageerde hierop met verontwaardiging xe2x80x9cAardwarmte is schone energie uit de kern van onze aarde. GroenLinks staat achter deze vorm van aardkernenergie, die moeten we meer benuttenxe2x80x9d. Volgens Mariko is Nederland toe aan een inhaalslag voor duurzame energie, en niet in de laatste plaats wat betreft geothermie. Zij zal met de kamerfractie van GroenLinks met voorstellen komen, die creatieve ondernemers beter ondersteunen. De overstap naar een duurzame economie moet met betere regelingen gestimuleerd worden.

Groenetour_hhw_kwint_in_bus_2

De toer vervolgde met een rondrit door de Stad van de Zon. `Reisleider’ wethouder Christiaan Kwint van Heerhugowaard vertelde hoe er is gestreden om dit megaproject tot stand te brengen. Hij vertelde dat ondanks de crisis de belangstelling voor een

huis in de Stad van de Zon onder kopers nooit weg is geweest. De toer werd afgesloten in Hoorn waar Mariko de Duurzaamheidspluim Groenetour_hoorn_pluimuitreikte aan Natural Beds. Deze beddenmaker weert alle chemische en gevaarlijke stoffen uit zijn product. Na de uitreiking van de pluim volgde ook hier een toelichting op het productieproces. Wellicht ligt daar het opvallendste kenmerk van de Groene Banentoer. Duurzaamheid ontstaat niet uit toeval, maar vooral op die plaatsen waar ondernemers er keihard werkend achter staan.

(foto’s met dank aan GroenLinks Hoorn en Rintel)

Disclaimer | Privacy & Cookie | Copyright notice | Voorwaarden | Melding maken

©2003 - 2012 Weblog.nl is onderdeel van Sanoma Media Netherlands groep.